De financiering van G1000

Fondsenwervingprincipe

De G1000 was een initiatief van burgers voor burgers. Als onafhankelijke organisatie hing het af van crowd funding. Het volledige project werd door donaties gesponsord. Sterker nog, voor de eerste twee fases vroegen we geen publiek geld. De keuze voor enkel gelimiteerde privé donaties had belangrijke consequenties voor het project. Het vroeg een nooit ophoudende stroom van energie naar het vinden van geld waaruit ook enkele methodologische keuzes voortvloeiden zoals we hieronder zullen uitleggen.

 

De methodologie | De werving | Willekeurige selectie | Gerichte werving van moeilijk te bereiken groepen | Uitval

 

De methodologie

Van bij de start waren we ervan overtuigd dat de G1000 3 belangrijke principes moest respecteren: diversiteit, inclusie en onafhankelijkheid. Deze 3 principes kan je terugvinden in elke methodologische keuze die we moesten maken, vooral in het werven van deelnemers en het ontwerp van het draaiboek (maar ook in het proces van het invullen van de agenda tijdens de eerste fase). Desalniettemin worden methodologische keuzes, buiten deze 3 overkoepelende principes, ook beïnvloed door praktische overwegingen die openlijk moeten worden meegedeeld worden.

 

De werving

De belangrijkste vraag wanneer je mensen gaat verzamelen om politieke zaken te bediscussiëren tijdens een deliberatief evenement is de selectie van de deelnemers. Er bestaan veel technieken om deelnemers te werven (Caluwaerts & Ugarriza, 2012; Reuchamps, 2011). Veel deliberatieve evenementen, zeker wanneer zij vanuit de overheidsinstanties worden geïnitieerd, zijn afhankelijk van zelfrapportage (Ryfe, 2005). Dat betekent dat er een opt-in mogelijkheid is waarbij vrijwilligers kunnen reageren op een wijde oproep tot deelname. Deze techniek is vaak ook afhankelijk van het sneeuwbaleffect waarbij organisatoren afhangen van deelnemers die mensen die ze kennen, meebrengen. Een andere techniek die vaak gebruikt wordt is afgevaardigden uit reeds bestaande panels aantrekken (Caluwaerts, Forthchoming 2012; Price & Capella, 2002). Vooral wanneer de groepen klein zijn en het garanderen van representativiteit niet het voornaamste doel is, wordt het aantrekken van leden uit panels vaak gebruikt.

 

Willekeurige selectie

Normatief en methodologisch gezien is echter de meest aantrekkelijke methode om deelnemers te werven voor deliberatieve evenementen willekeurige selectie (Bohman, 2007, p. 351-352; Fishkin & Farrar, 2005). De reden waarom willekeur normatief zo aantrekkelijk is, is omdat het elke burger een even grote kans biedt om geselecteerd te worden om deel te nemen. Bovendien zorgt willekeur ervoor dat de veelheid aan publieke meningen aanwezig is in de groep en het zodanig "een discussie produceert tussen mensen die anders denken en stemmen en normaal gezien niet met mekaar in contact zouden komen" (zie voetnoot 1, Fishkin, Luskin & Jowell, 2000, p. 660).

 

Dit is ook de reden waarom de G1000 koos voor de willekeurige selectie. Naast de methodologische soliditeit doelde de procedure van de werving op maximale diversiteit van meningen bij de deelnemers om "informatie-inteelt onder gelijkgestemden" (zie voetnoot 2, Huckfeldt, 2001, p. 426) tegen te gaan. Burgers kunnen tenslotte enkel in een waarachtige deliberatie terechtkomen wanneer ze geconfronteerd worden met concurrerende beweringen en opinies (Caluwaerts & Ugarizza, 2012). Wanneer iedereen aan de tafel dezelfde mening heeft, ontstaat er weinig betwisting binnen de groep en onder zulke omstandigheden leidt deliberatie niet tot goeddoordachte meningen en goed geargumenteerde houdingen.

 

Niettemin zochten we niet naar representativiteit. We hebben zelfs nooit beweerd representatief te willen zijn want als er 1000 mensen worden uitgenodigd en er eentje niet opdaagt, kan er niet meer gesproken worden over statistische representativiteit. Het centrale principe dat de G1000 beheerste was diversiteit – en niet representativiteit – en het willekeurig selecteren van deelnemers uit de bevolking werd algemeen beschouwd als de meest belovende techniek om zeker te zijn van diversiteit .

 

Omdat het erg moeilijk bleek, te langdradig en veel te duur voor ons budget verworven met crowdfunding om via officiële bevolkingslijsten afgevaardigden te selecteren, vroegen we een onafhankelijk wervingsbureau (GFK Significant) om deelnemers via Random Digit Dialing te contacteren. Deze techniek genereert willekeurige telefoonnummers voor vaste en mobiele lijnen en in België is de penetratiegraad 99%. Elke inwoner die een vaste of mobiele telefoon bezit, heeft zodoende gelijke kansen om geselecteerd te worden om deel te nemen aan de G1000. Het aantal toezeggingen bij zulke uitnodigingen is echter altijd erg laag: rond 1%, dus 100 telefoontjes voor 1 'ja'. Dit getal mag misschien verrassend laag liggen, het moet echter in aanmerking genomen worden. Het percentage reacties op een telefonische politieke enquête varieert inderdaad tussen 10 tot 50 % (op het internet zelfs een beetje hoger omdat de respondenten lichtjes afwijken van de doorsnee bevolking) omdat zo'n bevraging vrijblijvend is. Bij een uitnodiging om deel te nemen aan een deliberatieve ervaring is de graad van verplichting veel hoger: gewone burgers worden gevraagd één (of soms zelfs meerdere) vrije dag op te offeren om onderwerpen waar zij vaak geen flauw idee over hebben en mogelijk niet in geïnteresseerd zijn, te bespreken. Voor het werven van 1000 deelnemers verwachtten wij dus een normaal toezeggingpercentage van 1%. Het percentage steeg echter naar 3% omdat het evenement vrij bekend was. Naast de telefonische contacten door het onafhankelijk wervingsbureau, organiseerden wij ook een opvolggesprek of bezoek (afhankelijk van wat de deelnemer wenste) door één van onze vele ambassadeurs, andere burgers geïnteresseerd in de G1000 en bereid om wat van hun vrije tijd in de organisatie ervan te steken. De taak van de ambassadeurs was het beantwoorden van de vragen van de deelnemers en om bovenal een menselijk gezicht aan het evenement te geven.

 

Om de kwaliteit van de deelnemersselectie te bewaren werd de willekeurige selectie gecontroleerd op bepaalde vaststaande bevolkingsquota. Onze selectie garandeerde meer specifiek dat de geselecteerden overeen kwamen met de bevolking qua geslacht, leeftijd en provincie. Dit laatste quotum werd gezien als cruciaal om een proportionele vertegenwoordiging van beide taalgroepen te garanderen.

 

Deze quota leken uiteindelijk in de groep van de uiteindelijke deelnemers goed gerespecteerd te worden. 52% van de deelnemers was vrouwelijk, 48% mannelijk, dat is de perfecte reflectie van de samenstelling van de bevolking qua geslacht en dat was vrij onverwacht daar de kans groter is dat vrouwen bij zulke evenementen afhaken (Ryfe, 2005). 61% van de deelnemers was bovendien Nederlandstalig tegen 39% franstaligen, eveneens een accurate reflectie van de bevolking. Er was ook een grote diversiteit aan leeftijden: de jongste deelnemer was 18, de oudste 85.

 

Gerichte werving van moeilijk te bereiken groepen

Ondanks het nauwkeurig uitgevoerde proces van willekeurige selectie, wisten we toch dat er waarschijnlijk een grotere uitval was bij de groepen die zich traditioneel minder comfortabel voelen bij politiek of diegenen die minder geïnteresseerd zijn in het onderwerp. Sommige mensen zijn bovendien moeilijker bereikbaar wat verder bijdraagt tot zelf-selectie-effecten.

 

Deze overweging deed ons ertoe bewegen onze wervingsstrategie uit te breiden. Omdat we de diversiteit aan de tafels zo belangrijk vonden en we de mogelijkheden tot sociaal leren en creatief denken wilden optimaliseren, reserveerden we 10% van de plaatsen voor personen die het minst open stonden om positief te antwoorden op onze uitnodiging. Om deze groepen te bereiken contacteerden we verschillende grass-root bewegingen die zich bezig houden met sociaal kwetsbare mensen zoals daklozen of mensen van vreemde origine. De overige 90% van de deelnemers werd geselecteerd op willekeurige basis.

 

Deze strategie van onze uitnodiging via intermediaire sociale verenigingen over te brengen, is vaak aangewezen door de band van vertrouwen die deze organisaties hebben met kansarme groepen (Ryfe, 2005). Onze strategie om specifieke doelgroepen te werven lijkt bovendien gewerkt te hebben daar de diversiteit aan de tafels één van de meeste geprezen punten was van het G1000 project door internationale waarnemers.

 

Uitval

Ondanks alle moeite die in de werving werd gestoken en al het harde werk van de vrijwilligers om de deelnemers gemotiveerd te houden, wisten we dat de kans groot was dat de G1000 niet zijn symbolische doel van 1000 deelnemers zou halen. Zoals vaak in deliberatieve toepassingen, ondervonden we kort voor de aanvang van het evenement een uitval van ongeveer 30% onder de mensen die toegezegd hadden zodat het uiteindelijke aantal deelnemers 704 was. Dit moet echter in perspectief gezet worden. In tegenstelling tot veel andere evenementen ontvingen de deelnemers geen financiële compensatie voor hun deelname. Bijvoorbeeld in deliberatieve enquêtes die vergelijkbaar zijn met ons evenement ontvangen de deelnemers een netto bedrag tot 300 euro enkel om aanwezig te zijn. In het geval van de G1000 konden we enkel de transportkosten van de deelnemers terugbetalen als deze met de trein kwamen. 11 november 2011 was bovendien een zonnige vakantiedag en er was een treinstaking die tot 10 uur 's morgens zou duren. Dit plaatst het uitvalpercentage van 30% in perspectief.